skip to Main Content

De zorgen over hormoontherapie in de overgang zijn terug

Een uitgebreide internationale studie toonde vorige week dat hormoontherapie tegen overgangsklachten een hoger risico op kanker geeft dan werd gedacht. Wat betekent dat voor de Nederlandse praktijk?

De bezorgde reacties konden niet uitblijven: toen vakblad The Lancet eind vorige week naar buiten bracht dat hormoontherapie tegen overgangsklachten risico geeft op borstkanker, stroomde de mailbox van Dorenda van Dijken, gynaecoloog in het Amsterdamse OLVG West, vol met vragen. Nieuw is het onderwerp niet: al jaren is bekend dat vrouwen die in de overgang lange tijd hormonen gebruiken wat vaker borstkanker krijgen. Maar dit keer was de boodschap alarmerend.

Een internationale groep van driehonderd wetenschappers had 58 epidemiologische studies op een rij gezet, waarbij data waren gebruikt van meer dan 100 duizend vrouwen met borstkanker. Die diepgaande analyse maakte duidelijk dat bij hormoontherapie het risico op borstkanker hoger is dan tot nu toe was aangenomen: als vijftig vrouwen de meest voorgeschreven combinatie van hormonen gebruiken (oestrogeen en progesteron) dan krijgt een van hen daardoor borstkanker. Dat risico blijft verhoogd tot tien jaar nadat ze zijn gestopt. Bij vrouwen die alleen oestrogenen gebruiken, is het risico lager: een op de 200. De uitsmijter van de studie was de allerlaatste zin: in de westerse landen zijn sinds 1990 20 miljoen gevallen van borstkanker vastgesteld en 1 miljoen daarvan zouden weleens op het conto kunnen komen van hormoontherapie.

Lees het volledige artikel: Hormoontherapie en borstkanker
De Volkskrant

Back To Top
X