skip to Main Content

PMS een heikel probleem?

In november is een artikel geplaatst waarin staat dat het PMS geen wetenschappelijk feit is. Onderzoeksters konden er geen wetenschappelijke onderbouwing voor vinden.

Sarah Romans en collega’s zochten de medische en psychologische databanken door op artikelen over het premenstrueel syndroom. Ze vonden 47 Engelstalige studies, die echter zo van definities, opzet en kwaliteit verschilden dat een meta-analyse niet mogelijk was. Van de 47 studies vonden niet meer dan 7 een verband tussen premenstruele fase en stemming. De overige vonden ofwel een verband met een of meer andere fasen in de cyclus, of in het geheel geen verband. ‘Duidelijk bewijs voor een stemming gerelateerd aan een specifieke menstruele fase ontbreekt.’ concludeerden ze.

In Spits d.d. 4-12-2012 verschijnt: PMS lijkt vrouwengemekker

Hier is o.a. te lezen: Met Romans conclusie is de discussie onder medici en vrouwen niet voorbij. Volgens de patiëntenvereniging gynaecologie heeft ongeveer 25 procent van de vrouwen last van PMS, of PMS-achtige klachten. Ook de vereniging van gynaecologen erkent PMS als een aandoening en heeft er een richtlijn voor. Desondanks wil gepensioneerd gynaecoloog Cees Renckens er net als Romans niets van weten. Hoewel er lichamelijke verschijnselen aan de maandelijkse periode vooraf kunnen gaan, verwerpt hij het idee dat deze fase (ernstige) psychische stemmingswisselingen veroorzaakt. “Het zou te maken hebben met hormonen. Maar geef je een vrouw de pil, dan gaan die klachten niet weg.”

Eigenlijk hebben alle partijen gelijk, zegt Harrie van der Wiel, hoogleraar Gezondheidspsychologie van het UMCG in Groningen. “Als je uitsluitend kijkt naar objectief bewijs, heeft Renckens gelijk. Dat bestaat niet. Ook heeft hij gelijk met de waarschuwing geen ziekte van PMS te maken. Maar de vrouwen met PMS ervaren deze klachten wel degelijk. Het is een discussie over de waarheidsvraag van wetenschappers in de geneeskunde en belevingsklachten van vrouwen zonder duidelijke, wetenschappelijke oorzaak.”

In dezelfde categorie spelen volgens Van der Wiel de discussies rond aandoeningen als de chronische vermoeidheidsziekte, fybromyalgie en postnatale depressie. Wat hem betreft heeft eindeloos discussiëren niet veel zin. “Voor de vrouwen zal een oplossing moeten komen.” Pas in 2007 bereikten medici volgens de hoogleraar internationaal een redelijke consensus over PMS-klachten. Later volgde de richtlijn voor behandelaars.

“Er wordt bij vrouwen gekeken naar de medische kant, en de psychologische kant. Uiteindelijk gaat het erom dat zij gezien en geholpen worden.” aldus Prof. dr. Harry B. M. van der Wiel

PGN, 9 december 2012

Back To Top
X