skip to Main Content

Bekkenbodemmatjes

« Bekijk de gehele woordenlijst

Verzakkingen en bekkenbodemmatjes

Verzakkingen komen vaak voor. De blaas, baarmoeder of darm wordt normaal gesproken door steunweefsel op de plaats gehouden. Maar als dat steunweefsel beschadigd is, kan een deel van de schede (vagina) naar buiten komen (verzakken). Dit kan klachten geven. Bijvoorbeeld dat er tussen de schaamlippen een balletje in de weg zit of dat dit een zwaar gevoel geeft. Ook kan het klachten geven bij het plassen of poepen, of bij het vrijen.

Een verzakking in de bekkenbodem kan op verschillende manieren behandeld worden. Veranderingen in leefstijl, bekkenfysiotherapie en een pessarium zijn oplossingen die als eerste worden uitgeprobeerd. Als dat niet helpt komt een operatie in beeld. Dat kan met lichaamseigen weefsel of met een bekkenbodemmatje (ook wel mesh of implantaat genoemd). Een bekkenbodemmatje is alleen een optie als operaties met lichaamseigen weefsel niet hebben geholpen. Een arts mag een matje namelijk alleen gebruiken als behandeling met lichaamseigen materiaal niet voldoende gelukt is. Een bekkenbodemmatje of een ‘mesh’ is een kunststof implantaat, dat permanent wordt vastgezet in het lichaam. Het is daarna bijna niet mogelijk om het te verwijderen.

Soorten matjes

Er zijn verschillende matjes beschikbaar, die op verschillende wijzen worden ingebracht en voor bepaalde typen verzakkingen worden gebruikt:

  • Vaginale implantaten voor behandeling van verzakkingen (worden door de arts via de vagina ingebracht). Ze worden ook wel ‘transvaginale mesh (TVM) genoemd.
  • Buikimplantaten (worden door de arts via een sneetje in de buik ingebracht) voor verzakking van baarmoeder of vaginatop (indien baarmoeder is verwijderd) en endeldarm
  • Implantaten voor urine-incontinentie (stress urine-incontinentie). Dit wordt ook wel een TVT- TVT-O en TOT bandje genoemd. Zie ook: Overzicht van typen mesh implantaten en het gebruik ervan

Waarom een operatie met een matje?

De operatie is bedoeld om de werking van de bekkenbodem te verbeteren door de schade van het steunweefsel te herstellen. Als de organen weer op de juiste plek zitten, werken ze vaak ook weer beter. Een operatie voor een verzakking kan meestal via de schede met oplosbare hechtingen. Dus zonder gebruik van een implantaat. De verzakking wordt dan met lichaamseigen weefsel verholpen. Dit is vergelijkbaar met het herstellen van een gat in kleding met naald en draad. Deze operatie gebeurt in bijna alle ziekenhuizen.

Helaas kan de verzakking na een operatie weer terugkomen. Dat wordt recidief genoemd. Het steunweefsel was waarschijnlijk te zwak om met hechtingen te versterken. De verzakking komt bij 2 tot 4 op de 10 vrouwen (20-40%) weer terug. De klachten zijn vaak minder ernstig dan eerder. Een verzakking kan al vrij snel na een operatie terugkomen, maar soms ook pas na jaren. Hoe ernstiger de verzakking was bij de eerste operatie, hoe groter de kans dat een verzakking weer terugkomt. Leeftijd en de kwaliteit van het steunweefsel en een verkeerd gebruik van de bekkenbodemspieren (denk aan buikdruk bij verkeerd persen) spelen ook een rol bij het terugkomen van een verzakking.

Als er geen of weinig klachten zijn, is een behandeling vaak niet nodig. Soms kan fysiotherapie of een ring helpen. Als dit onvoldoende helpt, kan opnieuw een operatie nodig zijn. Van alle vrouwen die vanwege een verzakking worden geopereerd, zal ongeveer 1 op de 10 (10%) opnieuw worden geopereerd omdat de verzakking is teruggekomen. Als de nieuwe verzakking ontstaat in een deel van de schede waar nog niet eerder is geopereerd, zal waarschijnlijk een operatie met lichaamseigen weefsel worden geadviseerd. Als de verzaking ontstaat in een deel van de schede waar eerder is geopereerd, kan een implantaat worden overwogen.

Hoe werkt een operatie met een matje?

Een implantaat is een voorwerp of materiaal dat in het lichaam wordt aangebracht. Denk daarbij bijvoorbeeld aan een implantaat in het gebit, een nieuwe heup of een borstprothese. Bij een operatie voor een verzakking gaat het om een gaasachtig matje (Engels: ‘mesh’). Als een deel van de schede opnieuw is verzakt, is het steunweefsel daar waarschijnlijk erg zwak. Een implantaat zorgt ervoor dat er nieuw steunweefsel ontstaat. Denk opnieuw aan een gat in bijvoorbeeld een broek. Dit kan met naald en draad worden hersteld (normale operatie bij verzakking) of met een lap om het gat te overbruggen (matje).

Professor Roovers legt hier uit hoe de operatie werkt, en hoe de regels met betrekking tot vaginale matjes zijn in Nederland en Amerika: Zie ons magazine Bekkenbodem op de Kaart nr: 59  (pagina 4 en 5)

Waar is een implantaat van gemaakt?

Bijna alle implantaten die worden gebruikt voor de behandeling van een verzakking of incontinentie, zijn gemaakt van kunststof (polypropyleen). Dit is een kunststofmateriaal dat niet oplost. Omliggend weefsel vergroeit met het implantaat, waardoor nieuw steunweefsel ontstaat. Soms worden andere materialen gebruikt. Bijvoorbeeld oplosbare of biologische ‘mesh’. De werkzaamheid en veiligheid daarvan zijn nog niet bewezen.

Matjes die via de vagina worden geplaats (transvaginale matjes)

Een implantaat kan via de schede en via de buik worden ingebracht. Sinds 2005 worden er in Nederland implantaten (‘mesh’) via de schede geplaatst. Er was toen al veel ervaring met deze materialen opgedaan die de behandeling van onder andere liesbreuken en urineverlies heeft verbeterd. De verwachting was dat er minder kans was op het terugkomen van een verzakking na plaatsing van een vaginaal implantaat. Door wetenschappelijk onderzoek en ervaringen werd het aanvankelijke enthousiasme bekoeld. Zo kwamen er meldingen van ernstige complicaties van pijn en het deels zichtbaar worden van het matje in de schede. Het inbrengen van een implantaat via de vagina werd hierna minder vaak en selectiever gebruikt. Deze operatie wordt nu nog in een beperkt aantal ziekenhuizen verricht:

Centra die in 2020 TVM aanbieden:

Amsterdam UMC locatie AMC/Bergman Clinics
UMC Utrecht/Bergman Clinics
Albert Schweitzer Ziekenhuis
Antonius Nieuwegein
Isala Zwolle
Amphia Breda
Spaarne Gasthuis

Op dit moment is het plaatsen van een vaginaal matje alleen mogelijk als een patiënt tegelijkertijd deelneemt aan wetenschappelijk onderzoek. Zie ons magazine Bekkenbodem op de Kaart nr: 61 (pagina 14)
Dit naar aanleiding van een onderzoek dat de Inspectie Gezondheid en Jeugd heeft laten uitvoeren naar de kwaliteit van de matjes door het RIVM, waarin werd geconstateerd dat de dossiers van de matjes niet op orde waren.
Zie: Transvaginale bekkenbodemmatjes alleen nog toegepast onder strenge regels

Matjes die via de buik worden geplaatst

Een verzakking kan ook met een implantaat via de buik worden verholpen. Dit gebeurt al meer dan vijftig jaar. Vroeger ging dit met een open buikoperatie. Tegenwoordig vrijwel altijd via een kijkoperatie (laparoscopie). Hierdoor is het makkelijker om de ‘mesh’ goed aan te brengen en is het herstel sneller. Ook deze implantaten zijn ontwikkeld.

Buikmatjes of buikimplantaten worden door de arts via een sneetje in de buik ingebracht voor verzakking van baarmoeder of vaginatop (indien baarmoeder is verwijderd) en / of de endeldarm (rectumprolaps, deze operatie wordt rectopexie genoemd).

Voor buikmatjes gelden minder regels dan de uro-gynaecologen voor de vaginale matjes hebben opgesteld: zo is er geen beperkt aantal gespecialiseerde ziekenhuizen waar deze operatie wordt uitgevoerd. Ook komt het voor dat de operatie met een matje wordt uitgevoerd, zonder dat er eerst een operatie met eigen weefsel heeft plaatsgevonden (zoals bij vaginale matjes wel het geval is). Het RIVM heeft in opdracht van de IGJ de dossiers van deze buikmatjes onderzocht, net zoals eerder de vaginale matjes, en daarover zal binnenkort bericht worden.

Bekkenbodem4All vindt het belangrijk dat hier meer afspraken over worden gemaakt gaan worden.

TVT-bandjes

Kunststof materiaal wordt ook wel eens bij een andere klacht gebruikt, namelijk urineverlies. Een kunststofbandje kan onder de plasbuis worden geplaatst, deze kan de verhoogde druk opvangen. Bij drukverhoging wordt de plasbuis tegen dit bandje aangedrukt. De urine kan er minder makkelijk langs. Het bandje blijft levenslang aanwezig: het lost niet op. Voor meer info over deze behandeling zie: degynaecoloog.nl

Wie voert de behandeling uit?

Het zijn vooral gynaecologen die vaginale bekkenbodemmatjes plaatsen. De NVOG (de beroepsgroep van gynaecologen) bepaalde dat een gynaecoloog wel aan een aantal eisen moet voldoen om de ingreep te mogen uitvoeren.

Bij verzakking van de darm voeren vooral chirurgen de operatie uit. Meestal gebruiken zij hierbij een matje. Behandeling van stress urine-incontinentie (niet kunnen ophouden van de plas) met een bandje van mesh (TVT-O of TOT sling), wordt voornamelijk door gynaecologen uitgevoerd.

Wat zijn de belangrijkste risico’s van een implantaat?

De belangrijkste risico’s van een implantaat zijn het blootliggen en doorschuren van het implantaat (‘exposure’) in de schede (vagina) en pijn in de onderbuik, bekkenbodem of schede.

Bij een ‘exposure’ naar de schede kan het implantaat voelbaar of zichtbaar worden. Dit kan afscheiding, bloedverlies of pijn geven. In de eerste onderzoeken bij vaginale implantaten (‘mesh’ via de schede) wisselde het voorkomen van ‘exposures’ sterk. Uit nieuwer onderzoek blijkt dat dit nu minder vaak voorkomt. Waarschijnlijk komt dit door de ingevoerde verbeteringen. Ook bij een implantaat ingebracht via de buik komen ‘exposures’ voor, maar gebeurt dit iets minder vaak. ‘Exposures’ kunnen tot vele jaren na de operatie ontstaan. Alleen een ‘exposure’ die klachten geeft, hoeft behandeld te worden. Dit kan vaak via een kleine ingreep, waarbij het stukje implantaat dat zichtbaar is, wordt verwijderd. Een implantaat die in de blaas of darm is terechtgekomen, is uiterst zeldzaam, maar ook lastiger te herstellen.

Na elke operatie kunnen pijnklachten ontstaan. Vaak verdwijnen pijnklachten na een aantal weken of maanden, maar soms niet. Dan is er sprake van chronische pijn en dit kan erg invaliderend zijn. Pijn kan de hele dag aanwezig zijn of bij bepaalde omstandigheden. Bijvoorbeeld tijdens wandelen, zitten of vrijen. Pijn kan vele oorzaken hebben en de behandeling is vaak lastig.

Ook kan het materiaal het afweer- of immuunsysteem kan verstoren. Bij een auto-immuunziekte keert een normale afweerreactie zich tegen het lichaam. Klachten kunnen erg verschillen, zoals droge mond, vermoeidheid, malaise en pijn. Er zijn aanwijzingen dat niet menselijk materiaal de afweerreactie in het lichaam kan veranderen. Het is belangrijk dat daar meer onderzoek naar wordt gedaan.

Andere complicaties zijn vaak verbonden aan de operatietechniek en de ervaring van de arts. Bijvoorbeeld schade aan de blaas, de darm, een bloedvat of een zenuw. De kans op complicaties kunnen per vrouw en per operatietechniek verschillen. Bijvoorbeeld door overgewicht, eerder doorgemaakte operaties of andere aandoeningen kan het risico op complicaties groter zijn. Daarom is het verstandig de mogelijke voor- en nadelen van de operatie goed met de arts te bespreken, zodat samen een weloverwogen keuze gemaakt kan worden.
Maria Smit van  Meshedup verenigt de patiëntes die te maken hebben met zeer ernstige complicaties als gevolg van de matjes. In dit artikel doet zij haar verhaal, zie ons magazine Bekkenbodem op de Kaart nr: 60  (pagina 18-20)

Kan een implantaat verwijderd worden?

Ja, dat kan. Het is vaak een lastige beslissing, omdat hiervoor opnieuw een operatie nodig is en er vaak al een lange periode van klachten aan vooraf gaat. De resultaten verschillen van patiënt tot patiënt. Zo’n beslissing moet dan ook in goed overleg met de arts worden genomen. Veel ziekenhuizen kunnen een klein stukje van het implantaat verwijderen als deze deels bloot ligt (‘exposure’). Het helemaal verwijderen van een vaginaal implantaat gebeurt in Nederland in het Amsterdam UMC. Daar is inmiddels ruime ervaring mee opgedaan en 7 op de 10 vrouwen (70%) die het implantaat vanwege klachten liet verwijderen, gaven daarna verbetering aan. Een implantaat dat via de buik is ingebracht, is iets makkelijker te verwijderen. Als dit bij u wordt overwogen, vraag uw arts dan naar zijn/haar ervaring daarmee.

Discussie over de matjes en de rol van Bekkenbodem4All daarbij

Het grootste deel van de patiënten krijgt geen problemen met de matjes, maar een klein deel heeft zeer ernstige problemen. Op dit moment is niet voldoende duidelijk waarom het bij sommige patiënten zo mis gaat. Bekkenbodem4All steunt of werkt waar mogelijk mee aan alle onderzoeken die de kennis hierover vergroten. Bekkenbodem4All streeft verder naar volledige, begrijpelijke en evenwichtige patiënteninformatie zodat patiënten samen met hun arts een goed onderbouwd

besluit kunnen nemen over een eventuele operatie met een matje. Daartoe wordt onder andere overlegd met de werkgroep Bekkenbodem van de NVOG, het Ministerie van VWS, RIVM, IGJ en vertegenwoordigers van MeshedUp. Ook neemt B4A sinds kort mee aan de rondetafelbijeenkomsten over de mesh-problematiek. Naast patiënten die te kampen hebben met ernstige complicaties na plaatsing van bekkenbodemmatjes, nemen vertegenwoordigers van beroepsverenigingen van medisch specialisten deel aan deze bijeenkomsten, die in 2018 gestart zijn. De Ronde Tafel wordt door LOC Waardevolle Zorg (een netwerk van mensen die betrokken zijn bij de zorg) voorgezeten, en er wordt gewerkt aan oplossingen voor de patiënten die met pijn en soms blijvende invaliditeit kampen. Ook de informatievoorziening voor deze patiënten (‘waar kan ik hulp vinden?’) is daarbij een belangrijk aandachtspunt.

Waar kan ik heen als ik klachten van een implantaat denk te hebben?

Lotgenotencontact is mogelijk via Meshedup

Voor medische hulp zijn er meerdere mogelijkheden. Allereerst is het goed de klachten te bespreken met de arts die het implantaat heeft ingebracht. Daarnaast hebben de gynaecologen sinds 2013 een hulplijn voor vrouwen die klachten hebben na het plaatsen van een implantaat. U kunt daarvoor bellen met 088-1344704. Als u belt wordt naar uw verhaal en ervaringen geluisterd en kan in overleg met u een afspraak bij een gespecialiseerd gynaecoloog worden gemaakt.

Er is nog geen expertisecentrum voor deze groep patiënten ingericht. De NVOG heeft wel bekend gemaakt dat het Amsterdam UMC gespecialiseerd is in operaties om matjes te verwijderen. U kunt in overleg met uw (huis)arts eventueel een second opinion vragen bij een andere arts.

LET OP: BINNENKORT ZAL HIEROVER NIEUWE INFORMATIE VERSCHIJNEN

« Bekijk de gehele woordenlijst
Back To Top
X