skip to Main Content

Zwangerschap, bevalling en de bekkenbodem

International Urogynecology Journal (2018) publiceert artikel van voormalig voorzitter SBP Hans van Geelen mbt gevolgen van zwangerschap en bevalling op de bekkenbodem.

Diverse studies tonen een duidelijk verband tussen zwangerschap en bevalling enerzijds en het – op latere leeftijd -optreden van bekkenbodem klachten anderzijds. Het is echter niet duidelijk in welke mate zwangerschap dan wel de vaginale bevalling een rol spelen bij het ontstaan van functie stoornissen van de bekkenbodem: urine incontinentie, anale incontinentie en vaginale verzakking. Het gegeven dat vrouwen bij wie een of alle bevallingen door middel van keizersnede plaats vonden ook klachten van hun bekkenbodem functie kunnen krijgen toont aan dat zwangerschap zelf eveneens een rol speelt bij het ontstaan van klachten.

In de laatste decennia van de vorig eeuw is een aantal studies gepubliceerd waarbij, gebruik makend van invasieve en geavanceerde meetmethoden, het effect van zwangerschap en bevalling op de  bekkenbodem werd onderzocht. De laatste jaren hebben beeldvormende technieken, met name de technologische vooruitgang  op het gebied van de echoscopie en MRI, meer inzicht verschaft in de anatomische en functionele veranderingen tijdens zwangerschap en bevalling in de steunweefsels van het kleine bekken. In dit overzicht is het effect van de bevalling op het anale sluitspiermechanisme en het risico op ontlastingsincontinentie buiten beschouwing gelaten

Urine incontinentie: Twintig tot vijftig procent van de vrouwen ondervindt in het verloop van hun eerste zwangerschap in min of meerdere mate hinder van onwillekeurig urine verlies. Bij de meeste vrouwen verdwijnen de klachten in het eerste jaar na de bevalling, doch bij ongeveer vier tot tien procent blijven de klachten en nemen in ernst toe bij eventueel volgende zwangerschappen en met toenemende leeftijd.

Slechts bij een gering percentage van de barende vrouwen beginnen de klachten voor het eerst na vaginale bevalling. Reeds vroeg in de zwangerschap blijkt dat de anatomische positie van de blaashals en urine afvoerbuis (urethra) verandert resp. daalt, er sprake is van toegenomen beweeglijkheid van de vagina voorwand terwijl de afsluitdruk van de urinebuis niet noemenswaardig verandert. Na vaginale bevalling nemen deze anatomische  veranderingen toe en vermindert de afsluitdruk  op de urinebuis. Bij vrouwen met incontinentie verschijnselen tijdens de zwangerschap zijn deze anatomische veranderingen meer uitgesproken en is de urinebuis- afsluitdruk lager dan bij continente zwangeren.

Deze observaties lijken de conclusie te rechtvaardigen dat genetische (constitutionele) factoren, hormonale veranderingen en toenemende druk van de zwangere baarmoeder ten grondslag liggen aan het optreden van incontinentie tijdens zwangerschap en na bevalling. Een vroege keizersnede heeft, ten dele,  een beschermend effect terwijl andere obstetrische factoren zoals duur van de bevalling , grootte van de baby, al of niet inknippen van minder invloed zijn.

Vaginale verzakking: Er zijn studies gedaan waarbij de mate van vaginale verzakking  volgens een gestandaardiseerd en internationaal geaccepteerd scoringssysteem, zgn. POP-Q system, zijn vastgesteld.

In dit POP-Q systeem (Pelvic Organ Prolapse Quantification System) toont aan dat bij 30 tot 50% van de vrouwen tijdens hun eerste zwangerschap een lichte mate van  vaginale verzaking optreedt. De grote meerderheid van de  zwangeren ondervindt hiervan geen hinder. Een lichte mate van verzakking persisteert na vaginale bevalling, maar ook – hoewel minder uitgesproken-  na een de keuze voor een keizersnede. Een vaginale bevalling gaat in10 tot 20 % van de geboorten gepaard met letsel aan de bekkenbodemspieren en/of beschadiging van de zenuwuiteinden.

Een vaginale kunstverlossing, met name tangverlossing, heeft een verhoogd risico. Bij de  meeste vrouwen treedt spontaan herstel op in het eerste jaar na de bevalling. Echter bij een minderheid, geschat 5 tot 10% , is het herstel onvolledig en leidt tot functiestoornissen van de bekkenbodem op latere leeftijd.

Conclusie: Zwangerschap, met name de eerste zwangerschap, maakt duidelijk of er sprake is van verminderde functie van de steunweefsels in het kleine bekken. Vaginale bevalling kan als gevolg van letsel aan de bekkenbodem leiden tot verder functieverlies en klachten. Zorgvuldige onderzoek aan de hand van gestructureerde vragenlijst, echografie van blaashals en bekkenbodem in rust en tijdens persen (Valsalva procedure), beoordeling van de samentrekkingsmogelijkheid van de bekkenbodem in het 2de trimester van de zwangerschap maakt het mogelijk vrouwen met verhoogd risico op bekkendysfunctie op te sporen. Heden ten dage is er voldoende bewijs dat gerichte bekkenfysiotherapie, eventueel ondersteund met pessarium en leefstijlregels op korte termijn verbetering en verlichting van klachten  bewerkstelligen. Over het effect van bekkenfysiotherapie op langere termijn zijn vooralsnog onvoldoende gegevens  beschikbaar.

Lees hier het originele artikel in PDF

 

Back To Top
X