Uitzending van Radar over bekkenbodemimplantaten.
Op 20 oktober besteedde het tv-programma Radar aandacht aan vrouwen met ernstige gezondheidsklachten door incontinentie- en bekkenbodemimplantaten. Belangrijk dat er aandacht is voor de kwaliteit en veiligheid van behandelingen bij verzakkingen en incontinentieklachten bij vrouwen. Het leed van de twee vrouwen in de uitzending heeft ons diep geraakt. Wij zijn opgelucht dat dat de behandeling die zij in de VS hebben ondergaan, heeft geleid tot verlichting van hun klachten. De kosten die met deze behandeling gemoeid zijn, zouden niet voor rekening van de patiënt mogen zijn.
Graag willen we op 3 punten uit deze uitzending reageren.
1. Voorkom onnodige angst
Bekkenbodemproblemen gaan vaak gepaard met schaamte en taboe. Om die reden duurt het vaak jaren voordat vrouwen hulp zoeken bij de huisarts.
Wij hebben gemerkt dat de uitzending ertoe heeft geleid dat sommige vrouwen zo geschrokken zijn dat zij aarzelen om überhaupt hulp te zoeken voor hun bekkenbodemklachten. Dat is natuurlijk niet wenselijk, want bekkenbodemklachten kunnen een grote invloed hebben op de kwaliteit van leven.
De behandeling met een vaginaal implantaat is een zeer weinig voorkomende behandeling (< 1% van alle operaties) en komt pas als optie in beeld als andere behandelingen niet voldoende zijn. Informatie over alle behandelingen bij verzakkingen en incontinentie, zowel met als zonder operatie, vind je op onze website www.bekkenbodem4all.nl en www.degynaecoloog.nl. Naar aanleiding van de uitzending is door de beroepsvereniging van gynaecologen (NVOG) een overzicht gemaakt van vragen en antwoorden over operaties met een implantaat.
2. Over het Calistar S-implantaat en de gemaakte afspraken
In de uitzending wordt gemeld dat de inspectie alweer een nieuwe mat heeft goedgekeurd, terwijl onderzoek daarnaar pas eind 2028 klaar is. Wij missen hier enkele aspecten.
In 2020 is door de NVOG een nieuw standpunt over het gebruik van vaginale implantaten vastgesteld. Kern daarvan is dat een vaginaal implantaat nog wel een optie moet blijven voor patiënten die dat willen, maar alleen in zeer uitzonderlijke gevallen: bij ernstige, terugkerende verzakkingsklachten, bij patiënten bij wie andere behandelopties onvoldoende resultaat hebben gehad, en alleen binnen een zorgvuldig opgezet wetenschappelijke studie. Met zo’n studie is geborgd dat patiënten die hiervoor kiezen op korte én lange termijn gevolgd worden voor alle uitkomsten en bijwerkingen.
In Nederland worden twee vaginale implantaten gebruikt, er lopen nu dus twee wetenschappelijke studies: naar het BSC- en het Calistar S-implantaat. In elke studie mag een maximaal aantal patiënten deelnemen. Dat aantal was voor Calistar begin 2025 bereikt. Nieuwe patiëntes die een implantaat wilden, konden niet deelnemen aan de studie, en dus niet behandeld worden. Mede op ons verzoek is naar een oplossing voor deze groep vrouwen gezocht in de vorm van afspraken die uiteindelijk met de NVOG en de IGJ zijn vastgelegd: het implantaat mag alleen onder strikte voorwaarden gebruikt worden, zoals behandeling in zes gespecialiseerde centra, met duidelijke voorlichting, met schriftelijke informed consent van de patiënt, en met verplichte registratie en langdurige monitoring van de uitkomsten. We vinden dat deze afspraken in het belang zijn van elke patiënt die voor deze ingreep kiest.
Ter aanvulling: dit Calistar implantaat wordt ook in andere landen gebruikt. Sinds januari 2025 is geregistreerd dat er meer dan 21.000 binnen de EU op de markt zijn gekomen. Maar deze implantaten worden in andere landen, zoals Duitsland, gebruikt zónder onderdeel te zijn van wetenschappelijk onderzoek. Patiënten in deze landen worden dus niet op lange termijn gevolgd. Ook wordt het implantaat in andere EU-landen als eerste optie aangeboden, in plaats van als uiterste optie. Wij zijn van mening dat dit in Nederland zorgvuldiger is geregeld.
3. Over het (volledig) verwijderen van de implantaten
In de uitzending wordt het idee voorgesteld dat alle ziekenhuizen die bekkenbodemimplantaten plaatsen, ook in staat moeten zijn om het implantaat volledig te verwijderen (explanteren).
In Nederland is geregeld dat de zorg rondom het plaatsen en (gedeeltelijk) verwijderen van vaginale implantaten is geconcentreerd in zes gespecialiseerde centra, waar behandelingen en resultaten structureel worden geëvalueerd. Als gehele verwijdering nodig is, worden patiënten verwezen naar één van de twee academische centra (Amsterdam UMC, locatie AMC en UMC Utrecht).
Het explanteren van een bekkenbodemimplantaat is veel complexer dan het plaatsen. Hoe vaker een operateur een volledige explantatie doet, hoe meer ervaring, hoe groter de kans op welslagen. Daarom zijn wij voorstander van het behouden van deze geconcentreerde organisatie van zorg in 2 centra. We vinden wel dat dit formeel moet worden vastgelegd, zodat voor patiënten duidelijk is waar zij terecht kunnen.
Daarover zijn we in gesprek met de NVOG en verwacht wordt dat dit op zeer korte termijn geregeld zal zijn.
Verder is het initiatief van de NVOG om de Stichting Kwaliteitsregistraties Obstetrie en Gynaecologie op te richten, waarbij de focus in eerste instantie op (verplichte) kwaliteitsregistratie van bekkenbodemimplantaten ligt, een belangrijke stap om meer transparantie te krijgen, ook voor patiënten. Ten slotte roepen we de koepelorganisatie van de urologen NVU ook op om hierover afspraken te maken en publiceren.
Heb je vragen of opmerkingen over bekkenbodemimplantaten of de rol van patiëntenorganisatie Bekkenbodem4All hierbij, dan luisteren en helpen we graag.
Je kunt ons benaderen via info@bekkenbodem4all.nl of 030 656 96 30
